Nieuwsberichten

foto-4 Nieuws uit Brussel 20.09.2016

VOKA-stage bij ‘Case New Holland’ in Zedelgem

Vandaag mocht ik, op uitnodiging van VOKA, een werkbezoek brengen aan de Zedelgemse afdeling van Case New Holland. Niet alleen stelt de afdeling om en bij de 2800 werknemers te werk, ze heeft ook de grootste omzet van alle West-Vlaamse bedrijven. Dat maakt van Case New Holland één van de grootste economische motoren in onze provincie. En toch, zo blijkt, kan het nog beter.

Deze voormiddag werd ik door Werner Ballieu, manager van CNH Zedelgem, ontvangen voor een werkbezoek en voor het uitwisselen van gedachten. Ik was er te gast op uitnodiging van het Vlaams Netwerk voor Ondernemingen (VOKA) naar aanleiding van de jaarlijkse stageplaatsen die ze regelen voor Vlaamse parlementsleden. Uiteraard was mijn oog, als commissaris voor landbouw, meteen gevallen op Case New Holland.

Sinds de overname van Case in 1999 en de Groep Fiat S.P.A. in 2013, is Case New Holland uitgegroeid tot een gigantisch, wereldwijd bedrijf met 65.000 werknemers in 64 fabrieken. CNH is vooral bekend van de productie van tractoren, pikdorsers, hakselaars, maar ook van de camions die het producert onder het merk ‘Iveco.’ In West-Vlaanderen is het bedrijf alleszins één van de grootste werkgevers (2800 werknemers, waarvan 11 uit Staden) en ook qua jaarlijkse omzet staat het op kop in onze provincie.

Meer arbeidsflexibiliteit

Net als andere grote bedrijven – denk maar aan Caterpillar – ondervindt ook CNH uitdagingen om zowel omzet, winst en lokale verankering perfect op elkaar af te stemmen. Tot haar eigen grote spijt moet het bedrijf al drie jaar op rij gedurende enkele weken collectief sluiten door de seizoensgebonden productie. Anderzijds worden ook op drukke momenten tal van extra werknemers aangenomen, maar kunnen ze die werkkrachten geen contract van onbepaalde duur aanbieden.

fotoDe vraag van CNH naar een flexibeler arbeidersstatuut is dan ook groot. Mijn partij heeft daar altijd voor gepleit: zoveel mogelijk flexibiliteit voor werkgevers en werknemers in onderling overleg. De ontwerptekst van minister van werk Kris Peeters over de annualisering van de arbeidstijd (juni 2016), was alvast een goede stap in de juiste richting, alleen moet dat er volgens mij komen zonder extra loonkosten die de concurrentiekracht van onze bedrijven ondermijnen. Het aandenken aan dit werkbezoek dat ik mocht ontvangen, kreeg alvast een fijne plaats in mijn bureau in Brussel opdat ik de sector en haar noden steeds indachtig kan zijn.

 

foto-1 foto-5 foto-2 foto-3 foto-4