Nieuwsberichten

359B0193c Nieuws uit Brussel 26.03.2015

OPINIESTUK: Ik moest en zou kapper worden

(De Standaard – 26/03/2015)

In het regeerakkoord staat dat Vlaanderen leren op de werkvloer een nuttig instrument vindt tegen uitstroom zonder diploma’s en jeugdwerkloosheid. Jammer dat een van de beste systemen, het leercontract, op uitsterven ligt, schrijft Francesco Vanderjeugd. In zijn middelbareschooltijd stond hij vier dagen per week in een kapsalon, en volgde hij één dag onderwijs.

Een jongen met als enige kwalificatie ‘leercontractkapper’ die burgemeester en volksvertegenwoordiger wordt? Het doet nog steeds wenkbrauwen fronsen. Maar de mainstreamgedachte daarbij, dat ik ‘te zwak’ was voor het ASO en op die manier via een technische school in een leercontract rolde, is verkeerd.

Er wordt nog te veel neergekeken op leercontracten. Nochtans, bewustere schoolkeuzes dan de mijne bestaan er niet: ik moest en zou kapper worden, en liefst zo snel mogelijk.

Een dag per week hadden we schoolse lessen, in een opleidingscentrum van Syntra. De andere vier dagen stond ik in het kapsalon. Het was mijn habitat. Ik kwam onder de mensen, leerde veel bij, groeide in mijn omgang met klanten en deed wat ik graag deed: haar knippen. Ik genoot van elke minuut. Voor mij was dat geen laatstekansonderwijs, maar echt kansenonderwijs.

‘Je gaat dat toch niet doen?’

Zoals ik studeren er jaarlijks zo’n 2.600 jongeren af met een leercontract: kappers, beenhouwers, metselaars, schilders, koks, garagisten. En met welke resultaten? Eén jaar na het afstuderen heeft 87,7 procent van ons nog zijn job; in het deeltijds beroepsonderwijs ligt dat cijfer beduidend lager: 73,7 procent. Nu heeft zelfs 97 procent van de jongeren die de Syntra-leertijd hebben afgemaakt, nog werk.

Toch worden we voor aanvang van ons leercontract-traject scheef bekeken. ‘Je gaat dat toch niet doen, Francesco?’ ‘Dat is het begin van het einde.’ Bij voorbaat afgeschreven, niet het minst door wie er baat bij heeft

dat we in het klassieke (over)gesubsidieerde systeem van deeltijds beroepsonderwijs blijven. (In dat systeem ga je ongeveer deeltijds naar school, en moet je de rest van de tijd werken – al lukt dat laatste velen niet.) CLB’s, directies, scholengroepen en zelfs de onderwijsadministratie: alle hebben ze er financieel baat bij om leerlingen in het klassieke scholentraject te houden.

In Duitstalig België werd intussen vol de kaart van de leercontracten getrokken. Men heeft er het principe van deeltijds beroepsonderwijs zelfs losgelaten. In tien jaar tijd groeide het aantal leercontractjongeren er aan van 110 naar 870, terwijl we in Vlaanderen een halvering constateren.

Dit is geen pleidooi om deeltijds beroepsonderwijs af te schaffen, maar voor een gelijkschakeling van beide leertrajecten. Het voortbestaan van de leercontract-opleidingen is bedreigd, ondanks talloze positieve doorlichtingen. Jongeren vinden er de weg niet naar toe, botsen op vooroordelen, worden er door CLB’s zelden of nooit over geïnformeerd en genieten in het deeltijds onderwijs tal van voordelen (vakantieregeling, financiële voorwaarden).

Potentiële besparing van 33,7 miljoen

Een leerling uit het deeltijds beroepsonderwijs kost de Vlaamse belastingbetaler dubbel zoveel als een leercontractjongere: 8.000 tegenover ?3.500 euro. Het aantal jongeren dat ook effectief in het ‘normaal economisch systeem’ zit en dus op een werkplek leert tijdens de opleiding, bedraagt in het deeltijds onderwijs slechts 32 procent. Vreemd als je weet dat de Vlaamse ondernemers meer dan 7.500 werkplekken aanbieden aan Syntra en hen ‘smeken’ om leercontractjongeren.

De conclusie is duidelijk: ondernemers verkiezen leercontracten, wegens goedkoper en flexibeler, terwijl de onderwijsadministratie de eigen methode, met al haar tekortkomingen, bevoordeelt. Zonder het systeem van leercontracten dreigen jongeren met een verhaal zoals het mijne uit de boot te vallen. Sommige zijn nu eenmaal schoolmoe, willen de arbeidsmarkt op en hebben geen boodschap aan deeltijds beroepsonderwijs.

Als de Vlaamse overheid niet dringend de nodige ruimte schept voor de leertijd en het protectionisme van scholengroepen terugdringt, dan dreigt het Syntra-verhaal opgedoekt te moeten worden en verliezen per jaar 2.600 jongeren hun perspectieven op succes in het leven. De conceptnota die nu op tafel ligt zal het werkplekleren ongetwijfeld versterken, maar of het succesverhaal van de leercontracten daar versterkt zal uitkomen, is koffiedik kijken.

Laten we geen systeem overboord gooien dat werkt, maar het juist steunen, want momenteel is een duale Syntra-opleiding een volwaardige opleiding en een nuttig instrument in de strijd tegen ongekwalificeerde uitstroom en jeugdwerkloosheid.

DS

– Foto, met dank aan Laurent Hoornaert –